friesjournaal logo

LANGWEER – De 500 meter mannen is het koningsnummer van de schaatssport, vergelijkbaar met de 100 meter in de atletiek. De winnaars zijn zonder uitzondering de klasbakken, de hypersprinters, de spierbundels, de raspaarden met een fluwelen techniek. Vroeger telde Nederland niet mee, de laatste decennia is ons land een echte sprintnatie geworden. De eerste olympische sprintmedaille werd gewonnen door Lieuwe de Boer uit Ureterp. In een vlekkeloze techniek (je hoorde hem niet eens in een tijd van ouderwetse noren) snelde hij in 1980 in Lake Placid naar de derde plaats achter Jevgeni Koelikov en winnaar Eric Heiden, de grootste schaatser uit de geschiedenis en de man van vijfmaal goud op alle afstanden.

Lieuwe kreeg acht jaar later een opvolger in Jan Ykema. Hij won in 1988 in Calgary zilver achter de ongenaakbare DDR-sprinter Uwe Jens May in een periode dat die communistische terreurrepubliek nog bestond, maar wel op zijn laatste benen.

Doping was er heel gebruikelijk en de DDR sleepte dan ook karrevrachten olympisch eremetaal in de wacht. Ykema’s prestatie was daarom bijzonder, evenals het optreden van Yvonne van Gennip met haar drie gouden medailles. De cleane sport had de vuile sport net voor het vallen van de Berlijnse Muur in 1989 verslagen! De dope kreeg Jan pas na zijn carrière en het was een nog veel grotere strijd om ervan af te komen dan zilver te winnen. Tegenwoordig is hij een lichtend voorbeeld en geeft hij regelmatig lezingen.

Nederland heeft weer een sprintkanon en hij luistert naar de naam Jenning de Boo. De Groninger die bij een Fries gezin in de kost was om dicht bij Thialf te zitten, was een van de favorieten voor de sprint van de Spelen in Milaan. Hij werd besproken op een leuke meeting die Sies en Heleen Uilkema in het kader van het sprintnummer organiseerden in café De Drie Zwaantjes in Langweer, de woonplaats van het paar. Sies zette samen met Jos Valentijn, Lieuwe de Boer en een piepjonge Jan Ykema het sprinten in ons land op de kaart. Vóór hen, in de oertijd van de sprint, waren Jan Bazen en de Friezen Marten Hoekstra(Heerenveen) en Eppie Bleeker (Sondel) de trendsetters. Dat Friezen goed zijn op de sprint zit in hun DNA. Tenslotte is onze provincie het land van de kortebaan op natuurijs: rechtuit-rechtaan volle bak op de 160 meter.

Sies had als ervaringsdeskundige Lieuwe uitgenodigd. De gasten in het café luisterden aandachtig naar wat hij en Sies vertelden. Het was boeiend maar ook gaven hun analyses inzicht in deze schaatsdiscipline. Vanuit Milaan gaf oud-sprinter Bauke Jonkman, eveneens woonachtig in Langweer, commentaar via een beeldverbinding. 

De Boo reed knoerthard maar hij won niet. Het goud was voor de Amerikaan Jordan Stolz, net als zijn landgenoot Heiden een alleskunner. Stolz verloor in de laatste buitenbocht geen snelheid en De Boo in de binnenbocht wel iets. Met een paar krachtige slagen op het laatste rechte stuk stelde hij zijn zege veilig.

Er was nog iemand die aan het woord kwam: Beert Boomsma, de voormalige ijsmeester van Thialf. Hij was nog gevraagd door de Italiaanse organisatie om de gelegenheidsijsbaan neer te zetten, maar die klus werd geklaard door Beert’s collega Mark Messer van de Olympic Oval in Calgary. Hij leverde een huzarenstukje want de baan in Milaan bleek sneller dan gedacht. Er werden wereldtijden gereden. Beert legde uit hoe de baan daar was opgebouwd: betonnen vloer, leidingstelsel, houten draagconstructie, vriesinstallaties en een bak met de ijsvloer. De toelichtingen maakten de beleving om de sprint te volgen interessant.

Kastelein Aagje Faber was zeer content: ‘Dit is voor herhaling vatbaar.’

Partners