friesjournaal logo

Ik kende de wolf en de vos alleen uit sprookjes. Van de wolf wist ik dat hij het op roodkapje had voorzien en dat hij zich eens voor grootmoeder hield om het lieve kind te kunnen verslinden. De vos sprak mij als jongen aan omdat hij zich altijd verstopte. Je zag dit schuwe dier nooit. En verstoppen, dat deden wij jongens ook. Je onvindbaar veinzen, heerlijk. En je leerde dat de vos de passie preekte, dat hij wel zijn haren verloor maar niet zijn streken. En de vos was behalve schuw ook sluw. Een ander te slim af zijn, dat was wat wij jongens zonder iPad ook graag deden. De wolf en de vos, helden uit mijn jeugd, ze passeerden ongemerkt mijn leven. Een enkele keer zocht ik nog wel eens op wat hun kwaliteiten zijn. Eentje delen ze: hun roof- en vraatzucht. Hun maaltijd laten ze vaak aangebroken staan. Ze hebben kennelijk al gauw het buikje vol, of ze believen geen koude kost. Verwende gasten, eten genoeg tenslotte. Verder waren deze twee dieren een schim uit het verleden, ze kwamen niet voor.

Tot ze mij zomaar wakker hebben geschud. De wolf scharrelde vanuit Duitsland en, neem ik aan, van verder weg naar ons land. De vos duikt zelf in de stad op. Flatbewoners zien hem door de parken wandelen. Vossen schijnen zelfs in plantsoenen te slapen. Bij voorkeur overdag maar zelfs het daglicht schuwen ze niet meer.

Deze dieren zijn dus aan het domesticeren in de mensengemeenschap. Wat doen ze onder ons? Het zal toch niet zo zijn dat er in Duitsland geen eten meer is. Voor de vos moet er toch in de bossen en weilanden nog genoeg prooi te vinden zijn? Wel zijn er steeds minder nesten van weidevogels voor de vos, voor wie een eitje tot de schijf van vijf behoort: er zitten behalve vet en eiwit nogal wat bouwstoffen in.

Enfin, deze ongenode gasten hebben ons opgeschrikt. Het is net alsof ze anoniem zijn aangeschoven bij een groot feestmaal. Als ze nou alleen maar de restjes aten was het nog niet zo’n probleem, maar wolf en vos gaan voor het hoofdgerecht. Laten wij zoveel eten rondslingeren dat wolf en vos fastfood op het menu hebben, dat ze niet langer hun natuurlijk jachtinstinct hoeven volgen om een voedzame maaltijd bijeen te roven?

Hun aanwezigheid verstoort de dierenwereld om ons heen. De wolf doodt schapen. Niet een enkel dier maar als het even kan een hele kudde. Behalve voor het schaap zelf is dit ook niet leuk voor de schapenhouder. Er gaan nu stemmen op om een hek langs de provinciegrens te plaatsen. Een hek, om de wolf te weren! Ik heb nooit gedacht ooit nog zo’n nieuwsbericht te lezen. Ik geloofde m’n ogen niet. Nu is dit de tijd van veel nepnieuws en ook van sprookjes, dus in mijn fantasie kan grootmoeder weer in bed liggen met haar snuit, grote oren en een loensende blik, maar dit is een sterk verhaal. Een wolf kan zwemmen, een wolf kan graven, een wolf kan springen. Een hek vormt toch geen barrière voor een hongerige wolf? Als dat zo was kun je het immigratieprobleem, als je dat als een probleem ziet, simpel oplossen. Donald Trump, de effectiefste Amerikaanse president in de geschiedenis, liet het trouwens al zien bij de grens met Mexico waar hij met een muur een grote toeloop stopte (hij kan het dus wel). ’s Avonds had Melania niet veel overredingskracht nodig om hem erop te wijzen dat kindjes bij mama’s horen, en omgekeerd.

Wat kunnen wij leren van de entree van wolf en vos? Dat de natuur haar eigen gang gaat en zich niks van mensen aantrekt. De Noordpool wordt warmer, in Madrid moeten ze auto’s uit de sneeuw graven. Nog zo’n nieuwsbericht waarvan je niet meer met de ogen knippert. Graag bied ik hierbij oplossingen. Wil je niet dat schapen worden opgevreten door wolven, dan moet je ze binnen houden. ’s Winters moet je überhaupt geen schapen in de koude natte dras weiden. Wil je niet dat vossen in onze buurten rondzwerven, dan moet je niet als dank voor het aangenaam verpozen aan hen laten de schillen en de dozen.

Friesland is aan het veranderen, niet alleen door het gedrag van wolf en vos. De jeugdherberg in Heeg kan niet meer uit en is gesloten. Dit is het meest heftige nieuws van de laatste tien jaar. Als wij zeilersgasten uit onze habitat en van onze britsen zien verdwijnen, dan is er heel wat mis, dan tast dat onze natuur aan. Graag wil ik dat u, lezer, dit op u in laat werken. Ik hoop dat er ondernemers opstaan die willen vechten voor hun brood, net als wolf en vos, en dat ze daarmee cultuurhistorisch erfgoed bewaren. Dat is veel belangrijker dan doorgaan met het neerzetten van rare huizenparken die als steenpuisten op mooie dorpen groeien. Zorg juist voor natuurlijke, organische groei. In het fraaie boerenrenteniersdorp Mantgum midden in de Friese Greidhoek is een felle discussie ontstaan over slechts anderhalve hectare weiland. Volbouwen, zegt de gemeente Leeuwarden die plattelandsbeleid niet hoog op de agenda heeft en stadse fratsen heeft. Niet doen, zeggen de dorpelingen. Verpest het aangezicht van ons mooie dorp niet. Wat kan het schelen, zeggen hoogleraar rurale sociologie Jan Douwe van der Ploeg en emeritus-hoogleraar aan Wageningen Rudy Rabbinge, er is sinds 1950 al 500.000 hectare landbouwgrond opgeofferd en van het huidige areaal kan nog wel de helft af. We moeten en kunnen gewoon nog intensiever boeren, zeggen zij. Exact. Dit is de crux. 

Wolf en vos hebben geen mening, dat zult u begrijpen. 

       

Albert van Keimpema

Partners